joasdiether.reismee.nl

De laatste snik

Zo!

Dit wordt hem dan, het laatste reisverslag..

De vorige eindigde in Quito. Ik ben de volgende dag naar Mitad del Mundo gegaan. Een monument dat precies midden op de evenaar ligt. Binnen 5 minuten nadat ik aankwam kwam er een groepje schoolkinderen naar me toe die vroeg of ze me wat vragen mochten stellen (in het engels). Deze gingen allemaal over wat ik van ecuador vond e.d
Ik vond dit niet zo erg, alleen toen de andere groepjes schoolkinderen doorhadden dat er iemand gevonden was die wel vragen wilde beantwoorden kon ik ineens al die groepjes gaan afhandelen. Daar was ik wel even mee bezig..

Hierna heb ik even een uurtje rondgewandeld in het complex. Dit bestond voornamelijk uit souvenierwinkeltjes, restaurantjes en evenaar-experimentjes. Zoals een ei op een spijker balanceren of kijken of je minder weegt op de evenaar e.d.

Hierna ben ik naar de grootste krater (zo'n 32 hectare) van het land gegaan. Dit zag er redelijk vet uit maar ik zou niet zeggen dat het een krater was als ik er toevallig langs zou lopen. Het was namelijk gewoon een hoop weilanden met heuvels er omheen.

Terwijl ik - weer terug op mitad del mundo - een cheviche zat te eten, wat een nationale delicatesse schijnt te zijn, vis in limoensap, bladerde ik even in mijn reisgids. Ik zag dat niet ver vandaan de grootste/beste dierentuin van het land stond. Nu had ik al redelijk wat dieren gezien hier in ecuador - binnen of buiten dierentuin - maar ik had toch nog wat tijd over dus ik besloot er maar heen te gaan.

Heb daarzo toch redelijk wat leuke dieren gezien waaronder kleine baby teigertjes, galapagosschildpadden (die zijn nog wel behoorlijk groot..) en uiteindelijk ook nog de Condor, die zo belachelijk groot en dik was dat ik me afvroeg of die nog wel kon vliegen, maar dat vond ik ook altijd van pino.

De volgende dag was het tijd voor souvenier-shoppen. Dit had ik niet op mitad del mundo gedaan omdat ik naar de bekende zatdagmarkt in ottovalo zou gaan. De grootste prullaria-markt van het continent. Hij was inderdaad groot en ik heb niet alles kunnen zien, maar heel veel kraampjes verkochten veelal dezelfde spullen dus na een uur rondwandelen had ik al mijn souveniertjes wel bij elkaar gesprokkeld.

Vanaf hier nam ik de bus naar Ibarra. Hier wilde ik namelijk de volgende dag nog een trein pakken. Qua uitzicht e.d vergelijkbaar met de Nariz del Diabo trein, maar bij deze zou ik hopelijk wel op het dak mogen zitten.
Toen ik de volgende dag echter bij het treinstation aankwam bleek dat de trein niet zou gaan rijden, waarom kon de kaartjesverkoopster helaas niet uitleggen..

Balen, maar aangezien ik diezelfde dag weer een stuk naar het zuiden naar Latacunga wilde gaan was ik blij dat ik hier wel lekker de tijd voor kon nemen.
Latacunga zelf was niet mijn reisdoel, de volgende dag ging ik namelijk gelijk door met de bus naar Quilotoa. Vanaf hier liep ik naar Laguna Quilotoa, een ongelooflijk groot, groen kratermeer. Deze zie je pas als je er praktisch bovenstaat en het was erg vet om ineens dat meer voor je op te zien doemen.
Om wat dichterbij te komen heb ik het zandpad naar beneden genomen. Iets te overmoedig was ik ervanuit gegaan dat ik dat wel op mijn alledaagse schoenen zou kunnen doen. Kon ook wel maar dat fijne vulkanische zand in combinatie met de stijlheid van het pad heeft wel 1 keer voor een valpartij gezorgd. Ik zelf had niks, maar het bandje van mijn horloge was wel kapot..

Goed, na even te rusten bij het meer ben ik weer omhoog gelopen (geen problemen) en ben toen weer terug naar Latacunga gegaan.

Dat was het einde van al mijn activiteiten hier in Ecuador en ik was oorspronkelijk van plan om terug naar Quito te gaan. Maar ik bedacht ineens dat ik ook een symbolische een-na-laatste-nacht in Baños kon doorbrengen :)
Voor de zekerheid belde ik Roberto nog wel even op om te vragen of Jack Rock open was om maandagavond. Toen dat het geval bleek te zijn heb ik de eerste bus naar Baños gepakt. Roberto, de nachtwaker van het hotel en de schoonmaaksters waren blij me weer te zien.

Heb toen dus nog een gezellige avond in Jack Rock gehad, en nu (de volgende dag) zit ik hier in Baños te wachten todat ik de bus naar Quito pak.
Hier hang ik dan nog een avondje rond, en morgenochtend moet ik helaas al om 8 uur op het vliegveld zijn voor mijn terugreis a hollanda.

Ik vond het erg leuk dat jullie allemaal hebben meegelezen / gereageerd en wellicht tot in Nederland!

3 dagen hobbelen, 2 dagen klauteren.

Zo!

Dat waren 5 uitputtende maar erg vette dagen.
In mijn vorige verhaal zei ik dat ik heel relaxed het vliegtuig zou gaan pakken van Cuenca naar Quito. Dus ik natuurlijk ruimschoots van te voren naar het vliegveld. Maar ik kon maar niet vinden waar ik in kon gaan checken. Na een uur besloot ik toch maar even rond te vragen, toen bleek dat de vliegtuigmaatschappij waar ik mee had geboekt helemaal geen vluchten had op die dag. Goed, ik wilde geen tijd besteden aan hoe dat nou weer kon omdat ik wel diezelfde dag nog in Quito moest zijn.

Dus jawel, uiteindelijk heb ik alsnog 10 uur in de nachtbus gezeten. Was niet mijn oorspronkelijke plan, maar nu kan ik dat tenminste ook aan mijn ervaringenlijstje toe voegen.
Ik kwam rond 4 uur snachts bij mijn hotel aan, mijn wekker ging al om 7 uur. Beetje zonde om een hele nacht te betalen terwijl ik maar 3 uur van die kamer gebruik maak, maar ik was blij dat ik nog even een paar uur kon slapen.

De volgende dag begon namlijk mijn 5-daagse tour die als eerste bestond uit 3 dagen paardrijden. Ik werd om 8 uur naar hotel Papagayo gebracht, dat net buiten Quito ligt. Hier mocht ik even aan mijn kamer wennen, die wel het beste is wat ik tot nu toe in Ecuador gehad heb; open haard, eigen douche, warm water e.d.
Om 10 uur begon het spektakel dan, mijn gids, Gabien, wees mij een paard toe die 'Night' heette (ja hij was donker). Hier mocht ik even 5 minuten op oefenen op een weiland, gewoon om even te kijken hoe de besturing werkt op zo'n beest. Wat in principe redelijk makkelijk is zolang je maar wel duidelijk bent.

Goed, hierna trokken we erop uit. De eerste dag bestond uit de weilanden die rondom mijn hotel lagen. Dit vond ik in principe wel gaan; weilanden heb je in Nederland ook alleen hier lagen ze toevallig op een helling. Maar goed, zo kon ik tenminste wel overal aan wennen, en het eerste wat mij opviel was dat paardrijden totaal niet zo comfortabel is als dat het er normaal gesproken uitziet. Je wordt de hele tijd heen en weer gesmeten en je schuurt maar tegen dat paard en dat zadel aan alsof het niks is. Maar ik moet zeggen dat je na een tijdje wel aan het ritme e.d begint te wennen. Totdat je bij een kleine pauze weer van het paard af stapt, dan kost het je zeker 5 minuten om uit die o-been-vorm te komen...
Dan heb je ook nog het galopperen, en dat joggen wat er tussen in zit, dat heet geloof ik draften. Daar moest ik ook even aan wennen, dan moet je namelijk op het juiste moment een soort van 'op staan' zodat je niet door de rug van het paard de hele tijd omhoog wordt gesmeten. Maar dit paktte ik redelijk snel op, erg snel vond de gids voor iemand die nog nooit van zijn leven paard had gereden. Hier was ik dan ook wel blij mee.

Aan het einde van de dag begon het te regenen, daardoor galoppeerde we in een redelijke vaart door terug naar het hotel. Dit vond ik wel wat hebben, lekker een beetje door de plassen rennen, ik was zo blij als een kind. Dat ik compleet doorweekt bij het hotel aankwam vond ik niet zo erg omdat er toch voor het eerst in zo'n 2,5 week tijd weer een warme douche op me stond te wachten.

De 2e dag vertrokken we weer om 8 uur, dat mocht ook wel want we hadden een redelijk lange tocht voor de boeg. Eerst staken we de panamricana over, wat nog best wel lomp was met al die auto's. Hierna vertrokken we weer de weilanden in heuvelopwaarts. Deze weilanden veranderden toen al gauw in bossen. Uiteindelijk waren we zo hoog gestegen dat het slechts kale duinen waren waar we overheen liepen. Vrijwel hetzelfde als nederlandse duinen, maar dan natuurlijk een stukje hoger.
Toen we uiteindelijk op het hoogste punt aangekomen waren en over de bergkam heen konden begon het hele avontuur.
Het kwam er op neer dat we zo'n 5 keer heuvel af moesten, een vallei doorkruisen, over een riviertje heen, en weer heuvel op moesten. Die heuvels waren stuk voor stuk zo'n 60 meter hoog en erg dichtbegroeid. Dit vergde best veel van mijn pas ontwikkelde paardenstuurkunsten. Als je namelijk niet uitkeek gingen die paarden in een rechte lijn omhoog of naar beneden waardoor ze teveel vaart kregen en jij praktisch uit je zadel gelazerd zou worden. De truuk zat hem dus om met een hand je zadel vast te houden zodat je, bij het naar beneden gaan, niet voor over uit het zadel zou vallen en bij het naar boven gaan niet achter over. Met je andere hand hield je dan de teugels vast waar je een beetje mee zat te spelen zodat je al zigzaggend naar beneden kwam waar je weer adem kon halen.

Ook al klinkt dit erg irritant om te doen, dat was het niet. Ik vond het het leukste om te doen uit het hele paardrijden. Vooral de momenten als je bijna onderaan de heuvel was. Hier was de heuvel namelijk minder stijl en kon je dus in volle vaart naar beneden galoperen. Ook was het erg vet om lekker langs de rivier te galopperen op zoek naar een goede plek om over te steken. Denk er daarbij aan dat je dus een vallei gewoon helemaal voor jezelf hebt.

Ik ben overigens wel 1 keer van mijn paard gevallen. Op een gegeven moment wilde mijn paard, dat gewoon lui en ijdel was (goed voor beginners dus maar niet als je een beetje actie wilt) niet meer goed de heuvel op. Na wat geklooi besloot mijn gids om van paard te wisselen. Ik mocht toen op zijn paard, Achilles, rijden. Deze was veel speelser en aggresiever en hield er wel van om overal zo snel mogelijk doorheen te razen.
We moesten weer eens een riviertje oversteken. Hierbij hoorde een klein clifje van een meter of wat. Mijn gids stuurde zijn paard hier rustig omheen, maar voordat ik het wist was die van mij al heel enthousiast keihard van die clif afgesprongen. Hier schrok ik even van en door de grote snelheid van dat paard ging hij voordat ik het doorhad al weer met een scherpe bocht naar rechts de heuvel op. Door deze bocht kiepde mijn zadel gewoon om en hing ik ineens met nog maar 1 voet in dat zadelding. Ik werd maar een klein metertje meegesleurd, mijn gids was namelijk al gelijk van zijn paard gesprongen en had die van mij tot stilstand gebracht. Hierna gingen we weer vorlijk verder.
Na de laatste heuvel kwamen we aan bij 'Laguna Limpiopungo'. Hierdoor reden we een tijdlang in een soort moerasachtig gebied rond het meer. Vanaf hier tot en met ons hotel, tombopaxi, hadden we een erg mooi uitzicht op de Cotopaxi vulkaan.

Ik wist niet dat paardrijden zo vermoeind kon zijn, ik was de dag ervoor al erg moe maar ik dacht dat dat kwam omdat ik haast niet geslapen had. Deze dag echter weer, ik denk dat het komt omdat je toch continu met je benen op en neer gaat en ook die klappen van dat paart opvangt. Daarbij ben je ook nog is de hele dag bezig om dat paard een beetje te besturen en word je ook nog is overdonderd met geweldige natuur. Mijn gids en ik kwamen dus redelijk uitgeput bij het hostel aan. HIer kregen wat avondeten. Dit was gewoon normaal eten maar het werdt geserveerd met een kopje van de lekkerste/beste thee-achtige vloeistof die ik ooit heb gedronken. Het was maar zo groot als een espresso maar sterk van smaak dat ik denk dat als ik het in 1 teug opgedronken had dat ik dan gegarandeerd over mijn nek zou zijn gegaan. In plaats hiervan nipten we telkens even van deze thee terwijl we aten. Ik dacht zelf dat er honing in de tee zat maar mijn gids zei van niet en noemde toen een paar spaanse ingredienten die ik niet kende. Ik weet tot op de dag van vandaag niet wat er nou precies inzit maar ik weet wel dat ik na 1 kopje weer kompleet opgeknapt was.

Goed, de volgende dag was de laatste dag van het paardrijden. We reden rustig Cotopaxi National Park uit en gingen toen via een aantal stadjes terug naar het eerste hotel, papagayo. Dit was ook weer iets nieuws, galopperen in de stad midden tussen alle auto's. Zag er best cool uit vond ik zelf..

Het tweede deel van mijn tour bestond uit het beklimmen van de Cotopaxi, de hoogste actieve vulkaan van de wereld met een top van 5897 meter.
Ik kon eerst lekker uitslapen (lees: tot 9 uur). Hierna kwam mijn volgende gids aanzetten, Christian. Samen verzamelden we mijn klim materiaal: Thermobroek, nog een broek, scheenbeschermers, klimschoenen, klimijzers (voor onder de schoenen), een ijsbijl, een mijnwerkerslamp en nog wat andere zooi. Dit deed ik allemaal in mijn tas en zo vertrokken we opnieuw (ditmaal met de auto) naar Cotopaxi National Park.

Uiteindelijk kwamen we aan bij het einde van de weg richting de Cotopaxi. Deze parkeerplaats ligt op 4500 meter hoogte. Vanaf hier klommen we (ik met mijn zware backpack) naar 4800 meter hoogte. Dit zag er uit als een makkelijk zandpaadje, maar hier merkte ik al gelijk dat ik duidelijk op grote hoogte aan het lopen was en ik kwam dan ook heigend boven aan. Ik zag al een beetje op tegen het beklimmen omdat ik niet zeker wist of ik het conditioneel wel aankon maar nu zag ik er nog erger tegen op. Ik wilde het natuurlijk wel doen, maar het leek me zo zonde als ik halverwege zou hebben moeten stoppen.
Maar goed, wij onze spullen gedropt in het refugee wat een soort laatste halte is. Hier kregen we wat te eten en mochten we de rest van de dag gaan relaxen en slapen. Dit viel beide haast niet te doen omdat het zo koud was. Er was namelijk geen verwarming binnen. Ik heb dus in principe gewoon de hele dag naar mijn eigen adem liggen staren, helemaal ingepakt in 5 lagen kleren en een slaapzak.

Om 23.00 ging mijn wekker. We hebben al ons klimmateriaal gechecked aangetrokken en even snel ontbeten. Ik liep even naar buiten om naar de wc te gaan en toen zag ik toch wel een van de mooiste dingen die ik in Ecuador heb gezien: De mooiste sterrenhemel ooit, ongelooflijk veel sterren, stuk voor stuk zo helder als maar kan. En ze waren met zo veel en zo helder dat ik heel cotopaxi park voor me uitgestrekt zag liggen. En in de verte zag ik zelfs de omtrekken van andere vulkanen zoals de illizinaz. Ik was zelfs zo erg op dit uitzicht gefocused dat ik bijna tegen het wc-gebouw aanliep.
Hierna begon onze tocht naar de top.

Dit ging stukken beter dan ik had verwacht. We liepen gewoon heel erg langzaam, achter elkaar aan, zigzaggend de vulkaan op. En toen we na een half uurtje bij de gletsjer aankwamen en het tijd was voor een korte pauze om de ijzers onder de schoenen te doen waren de andere deelnemers (2) harder aan het hijgen e.d. dan ik. Na zo'n 2 uur klimmen kwamen we aan bij het laatste gedeelte. Het eerste gedeelte is gewoon 1 ijshelling. Het andere gedeelte zijn ongelooflijk grote ijsblokken met allemaal cliffen er tussen in waar je dus erg goed moest uitkijken.
Voordat we het laatste gedeelte ingingen (we waren inmiddels op 5400 meter, wat je ook goed kon merken aan de lucht die je inademde) testte mijn gids de sneeuw condities. Deze bleken niet goed te zijn en we moesten helaas terug naar beneden. Hoewel ik dit erg jammer vond was ik het wel met hem eens. De sneeuw bestond namelijk uit een kleine ijslaag van zo'n 20 cm met daaronder allemaal pulversneeuw. Dit houd in dat als er een verkeerde beweging word gemaakt waarbij er een ruimte komt tussen de ijsplaat en de pulver dat dan die komplete ijsplaat zou kunnen gaan schuiven. Die kans was klein maar toch aanwezig, vandaar dat we toch maar naar beneden gingen.

De oorspronkelijke planning was als volgt: Binnen 6-8 uur van 4800 naar 5800 meter klimmen. Toen wij dus na 2 uur al bij 5400 meter waren was ik al erg trots op mezelf. Ik weet zeker dat ik het conditioneel prima aan zou hebben gekund. Ik voelde het uiteraard wel maar liep niet overdreven hard te hijgen ofzo. Ik vind het wel erg jammer dat we niet helemaal naar de top zijn gegaan. Als we namelijk voor 6 uur sochtends de top hadden bereikt, wat dus waarschijnlijk wel gelukt was, hadden we de zonsopkomst meegemaakt en zou de hele Andes met de beruchte laan der vulkanen zich voor ons uitstrekken. Hierna zouden we weer binnen 2 uur afdalen. Ik vond het eerst jammer dat ik dit gemist had, maar vanochtend om 7 uur reden mijn gids en ik net weg van het parkeerterrein en toen zagen we net een lawine naarbeneden komen. Goede kans dat als we bij het originele plan waren gebleven dat we daar dan ergens in de buurt hadden gelopen.. Vandaar dat ik met deze ervaring ook wel blij ben..
Ook al heb ik dus de top niet bereikt hoorde de beklimming van de cotopaxi zeker tot een van de hoogtepunten van de Ecuadortrip (letterlijk en figuurlijk..).

Hierna ben ik terug naar Quito gegaan. Ik ga de komende paar dagen nog een beetje hier in de buurt rond trekken en daarna weer terug naar nederland. Het laatste reisverslag zal dan waarschijnlijk ook op 1 mei te lezen zijn, de dag voordat ik terugga.

Tot dan!

Reizen, klimmen, en uitzichten.

Zo!

In mijn laatste reisverhaal zei ik dat ik het volgende bericht vanuit Riobamba zou schrijven. Lekker niet dus! Ik zit nu namelijk in een crappy internetcafeetje in Cuenca. Maar wat is er ondertussen allemaal gebeurd?

Na een 7-uur-slopende busreis kwam ik 'savonds laat in Riobamba aan. Ik heb toen even snel wat gegeten en ben gaan slapen.
De volgende ochtend was ik namelijk van plan om een stukje de chimborazo op te wandelen, dit is de hoogste vulcaan van Ecuador.
Het heeft me een half uurtje geduurd om te kijken hoe ik daar het beste kon komen maar uiteindelijk kon ik voor 20 dollar een lift krijgen. De ecuadoriaan vroeg eerst 50 dollar maar dat vond ik pure afzetterij. Toen kwam ik uiteindelijk bij het laatste stukje behuizing onder aan de chimborazo. Hier moest ik me even regristreren en toen begon de wandeling.

Het volgens mijn reisgids beschreven uitzicht zou schitterend geweest zijn, ware het niet dat ik midden in de wolken zat. Vandaar ook de weinige foto's die ik heb kunnen nemen. Toch had ik wel zin om toch maar een beetje verder te lopen. Na 3 uur door de mist te waden (geen zorgen, pad was duidelijk aangegeven) kwam ik aan bij de Hermanos Carrel hut. Hier heb ik even een kleine pauze gehouden. Daarna volgde nog een klim van zo'n 200 meter (hoogte verschil dan). Hier deed ik ook nog eens een klein uurtje over. En toen kwam ik aan bij de laatste hut van de chimborazo, de whymperhut, volgens mij vernoemd naar degene die het eerst de top heeft bereikt. Helaas was ik nog steeds niet genoeg omhoog gegaan om boven de wolken uit te komen, maar om in mijn eentje in deze koude, toendra-achtige omgeving te staan had ook wel wat.
Verder naar boven kon niet, daar had je een gids en klimuitrusting voor nodig. Dus ik ben toen in 2 uur naar beneden gehuppeld waar ik een hobbelige bus terug naar mijn hotelletje in Riobamba heb gepakt. Hier heb ik even lekker uitgerust en wat vroeg gaan slapen.

De volgende dag ging mijn wekker namelijk weer redelijk vroeg. Ik moest namelijk om 8 uur op het busstation om de bus naar Allausi te pakken. Hier vertrok namelijk om 11 uur een trein die mij over de 'Nariz del Diablo', oftewel, 'de neus van de duivel' zou voeren.
Deze rit staat bekent als een van de moeilijkste en gevaarlijkste treinritten ter wereld vanwege het groote hoogteverschil.
Helaas mocht er vanwege eerder gebeurde ongelukken niet meer op het dak van de trein gezeten worden. Erg balen, maar het interieur van de trein had ook wel wat en het was zeker de oudste trein waar ik ooit in heb gezeten.
Zoals afgesproken sjokten we om 11 uur het pitoreske stationnetje uit. In een half uur tijd kwamen we langs erg mooie uitzichten en toen kwamen we uiteindelijk in een vallei aan de andere kant van de neus van de duivel uit. De treinreis was opzich niet zo specteculair al had ik af en toe wel het gevoel in de flying dutchmen te zitten (die leipe achtbaan in six flags). Ook werd het reisgevoel enigszins verstord door een dikke oude fransman die om de 2 minuten met zijn grote canon over mij heen hing te hijgen om een foto te maken, ik zat namelijk bij het raam - pardon, excusez-moi, jajajaja nu weet ik het wel, schiet op -.
In deze vallei konden we wat locale tradities bewonderen van de indianen die nog in deze vallei woonden en kregen we een hapje te eten. Hierna gingen we helaas wel weer precies dezelfde route terug maar goed, uitzicht was even leuk.

De volgende dag (gisteren dus) heb ik een bus naar Cuenca gepakt. Deze oude koloniale stad staat vol met kerkjes en pleintjes e.d en staat daarom ook op de wereld erfgoedlijst van Unesco.
Ik ben eerst naar het 'Zoologico Amaru' geweest. Dit is een soort van wetenschappelijke dierentuin waar ze inheemse reptielen e.d houden en ook tegengiffen winnen. Zo zijn er bijvoorbeeld piranha's en nog meer vage, giftige slangen en spinnen. Ik wildehier in principe even heen om de dieren te spotten die ik in de jungle gemist had.

Hierna ben ik wat gaan eten en toen het 'savonds donker was heb ik een taxi naar de 'Mirador del Turi' gegaan. Dit is een klein kerkje op een heuvel die over Cuenca uitkijkt. Het kerkje zelf is niet zo bijzonder maar omdat alle kerken e.d in Cuenca 'savonds verlicht worden gaf dit een geweldig uitzicht over de stad. Mijn foto's laten dat natuurlijk niet zo goed zien maar door de wirwar van gele straatlampen zag je overal prachtig verlichte kerktorens en pleintjes wat een soort van las-vegas-achtige uitstraling had.

Vandaag ben ik nog naar een van de bekendste museums van het land geweest, het 'Museo del Banco Central'. Hier ben ik even snel doorheen gewandeld, wasniet super bijzonder.
Hierna ben ik nog even koffie gaan drinken en nu zit ik hier dus in een internet cafeetje.

Aangezien ik geen zin had in een 10 uur durende busreis van Cuenca naar Quito heb ik gister maar een vlucht geboekt, deze gaat vanavond om half 8. Ook zou ik met die busreis pas om 2 uur snachts aankomen wat ook niet zo handig is omdat ik er mogen al om 7 uur uit moet om aan mijn volgende activiteiten te beginnen.

Wat die zijn kan je waarschijnlijk de 26e lezen, als ik weer tijd heb om een nieuw verhaal te schrijven en foto's online te zetten.

Doedels!

Paspoort gedoe, vruchten, chocolade, en spinnen

Zo!

Leven jullie nog? Jazeker, daarom maar een verhaaltje, omdat het kan.

Goed, ons laatste verhaal eindigde terwijl ik zat te puffen in een internetcafe in Montañita. Deze schrijf ik terwijl ik zit te zweten in Tena, ondertussen is is er nog redelijk wat gebeurd.

Montañita leek aanvankelijk erg gezellig, we kwamen namelijk in het weekend aan en dan zit het daar vol met localen die even uit willen gaan. Na het weekend bleek het echter een stuk minder druk te zijn tijdens het uitgaan. Nadat ik na de eerste dag (lees: half uurtje) op het strand al volledig verbrand was vond ik het wel welletjes en besloot ik maar om even een 3 daagse duik-cursus te doen. Dit was erg vet en ook erg mooi. Vooral veel van die platte, ovalen, geel-met-blauw-gestreepte visjes gezien, engelvisjes heten die geloof ik.

We gingen elke nacht wel ergens een biertje drinken, vooral op het strand waar we binnen een kwartier de zon in de zee konden zien zakken (ik heb de zon zien zakken in de zee, zon zien zakken, zon zien zakken, ik heb de zon zien zakken in de zee, hiep hee! <-- kansloos).
Maar goed, na een paar dagen bleek dat het uitgaan nog niet echt super was. En verder was de hitte ook niet echt meer lachen (sorry koud Nederland, maar het was hier gewoon TE warm). Toen we ook nog eens, ondanks alle deet en muskietennetten waar gaten in zaten, onder de muggenbulten te zitten vonden we het wel weer welletjes en gingen we via 1 dag tussenstop in Riobamba door naar Baños.

We gingen maar weer naar Baños omdat Joas hier nog zijn aangifte van zijn mobiel moest doen (die samen met zijn paspoort was gestolen) en ook om de tijd even uit te zitten totdat we bericht kregen van het consulaat. Roberto, de bartender van Jack Rock, was blij ons weer te zien..

Uiteindelijk kregen we vorige week dinsdag bericht van het consulaat dat Joas' laissez-passer klaar lag. Op woensdag hebben we dus ook weer iedereen in Baños gedag gezegd en zijn we naar Quito gegaan. Hier vonden we erg fijn hotel met dakterras, pooltafel, keuken, tafeltennis, tafelvoetbal, tv, film. En nog wat zooi. Aangezien we Quito niet zo bijzonder vonden, en omdat er een kans was dat we direct overvallen zouden worden zodra we uit het hotel kwamen, konden we hier dus wel lekker onze tijd uitzitten.
Donderdag zijn we naar het consulaat gegaan. Hier moesten we ons nog een paar uur door wat bureaucratisch geneuzel heen werken maar toen kreeg Joas dan toch echt zijn laissez-passer.
We hebben nog wat aardige mensen ontmoet in het hotel waar ik nog een avond mee uit ben gegaan. En tot onze verrassing kwamen we ook nog 2 canadezen tegen die we in Montañita hadden ontmoet.

Goed, afgelopen zondag was het time to go. Joas zijn vlucht zou om 4 uur vertrekken. Aangezien ik wat vroeger een bus naar Misahualli moest pakken ging ik er na een hartstochtelijk afscheid vandoor. Van Joas heb ik zonet gehoord dat hij (zoals jullie waarschijnlijk al eerder wisten) een goede terug-reis zonder al te veel problemen heeft gehad.

Ik kwam om 6 uur 's avonds in Misahualli aan. Dit is een van de laatste plaatsjes langs de Rio Napo voordat je echt de amazone in gaat. Ik was hier namelijk van plan om 2 nachten in de locale Shiripuno Community te gaan slapen.Deze community's in de jungle worden beheerd door de 'Kichwa's', afstammlingen van het oude inca-rijk. Afgezien van een gastoestelletje hier en daar leven ze nog redelijk hetzelfde als vroegah. Zo bouwen ze alles van bamboe e.d.

Maar goed, ik wist niet waar deze community precies zat en toen ik 'savonds in Misahualli aankwam zat de tour operator die me dit kon vertellen al dicht. De eerste nacht heb ik dus maar een hotelletje in het plaatsje zelf genomen.
De volgende ochtend vroeg werdt mij verteld waar ik de community kon vinden. Na zo'n half uurtje met mijn redelijk zware backpack op door de jungle te banjeren kwam ik dan toch in de community terrecht.

Hier werd ik hartelijk ontvangen en ik kon gelijk met een klein tourtje mee dat bezig was. Hier werdt een en ander verteld over de verschillende planten en bomen die we tegenkwamen wat erg interessant was. Vervolgens kwamen we in het 'Casa del Chocolate'. Jawel, hier wordt chocolade gemaakt.

Zo'n 5 meter van het huisje staan namelijk een paar cacao-bomen. Zodra deze vruchten rijp zijn (geel of rood, afhaneklijk van de soort cacao) kan je ze plukken. Zodra je ze dan open snijd zie je een handje vol witte vruchten. Deze kun je in je mond stoppen en het vruchtvlees ervan af eten waarna je de daadwerkelijke cacao bonen over houd. (Betekent dat dat al mijn chocolade van te voren door iemand uit een vrucht is gezogen? Ik weet het niet). Maar goed om het kookprocess, dat ik natuurlijk wel helemaal doorlopen heb, wat te versnellen:
Deze cacao bonen worden gedroogd, geroosterd, gepeld, gemalen, gemengd met melkpoeder en suiker, opnieuw gemalen, gemengt met kokend kaneelwater, en dan heb je chocolade. Dit was wel de meest donkerste en pure chocolade die ik ooit gegeten heb, maar wel errug lekker. Toen we daarna onze eigen chocolade bij mochten gooien heb ik er toch wel stiekem wat meer melk en suiker bij gedaan, sublimiteit ten top.

Hierna kon ik lekker in een hangmatje gaan liggen waar ik om de tijd te doden kon gaan scooby-doo-en met harde vruchten en wortels van planten om zo op traditionele inca-manier mijn eigen armbandjes te maken. Hierbij werd ik wel heel enthousiast geholpen door een duits meisje waarvan de moeder als vrijwilliger in de community werkte.

Na dit geknutsel ging ik op pad met een van de kichwa-mensen die Luis heette. Hij nam me mee op een wandeling door zijn achtertuin (ook wel, de jungle genoemd). Dit was erg interressant. We zagen niet veel dieren maar hij vertelde van bijna elke plant/boom die we zagen wat voor nut hij had. Waar ze dus de huizen en daken van bouwde, welke voor medicijnen werden gebruikt, welke bloem je op je neus kon zetten zodat je er als een papagaai uitzag, dat soort dingen..
Ook trok hij willekeur dingen van bomen en uit de grond die hij mij vervolgens aanbood om te eten. Hij begon dit door een wortel uit de grond te trekken 'Hier eet maar' 'What, really'. Deze wortel bleek eigenlijk gewoon verrassend fris en knapperig te zijn. En zo huppelden we door de jungle om alles te eten wat we tegen kwamen en waarvan hij zei dat je het wel kon eten.
Als een soort willie wonka die door zijn fabriek rent en ineens gras begint te eten, helaas was er alleen geen chocolade rivier. Het enige riviertje wat we wel tegen kwamen wilden we niet te dichtbij komen omdat er kaaimannen in konden zitten. Luis flipte ook behoorlijk toen zijn hondje, die chocolate heet, uit het water begon te drinken.

Na deze wandeling kon ik even gaan relaxen in mijn hangmat. Hierna kregen we wat avondeten. Hiervan herkende ik alleen de rijst, de rest leek ook gewoon uit de jungle getrokken te zijn maar was erg lekker.

Na het avond eten konden we met Teorumi, leider van die tour-operator en ook lid van de shiripuno community een avondwandeling gaan maken. Hij heeft biologie gestudeerd in Leeds en wist dus alle planten en dieren wel redelijk te vinden.
Onze eerst vondst was in een boom, op zo'n 2 minuten lopen van mijn slaapplekje vandaan. Een spin zo groot als mijn hand, ik geloof een vogelspin. Nadat we hier een beetje mee mochten spelen gingen we weer verder.
Af en toe wees hij willekeurig op bladeren e.d ik snaptte niet wat daar zo bijzonder aan was totdat ik het blad ineens weg zag lopen/springen (ahaaaaaa).
Hirna kwamen we nog een tarantula tegen, dit was niet zo'n grote spin maar hij was wel erg agressief, als je een stokje in zijn hollejte stopte begon hij hier redelijk heftig op in te klauwen.

We liepen weer verder en jawel, nog een spin, ditmaal was het de zwarte weduwe (die feminist die haar mannetje op eet na het paren), de dodelijkste spin ter wereld als ik het goed begreep.
Ze zat heel erg stil in het midden van haar grote, perfecte web. Nadat we dat een tijdje stonden aan te gapen vloog er een vlieg in het web. Het was wel bijzonder om te zien hoe de spin naar de vlieg toe sprintte en in een coconnetje wiefde met haar web-spul. Dit alles in een tijdsbestek van nog geen 3 seconden.
We waren nu pas zo'n 20 minuten van ons avondwandelingetje aan het genieten toen het keihard begon te stortregenen. We zouden eigenlijk nog wat verder de jungle in lopen en ook nog terug langs de rivier om wat krokodillen en kaaimannen te spotten maar dit werdt nu dus afgelast.

Hierna heb ik samen met een paar vrijwilligers nog een kopje verse chocolade-melk gedronken. Ik wist niet dat er zoiets bestond als verse chocolade, maar ik ben er nu helemaal leip van. Toen ben ik door de stortregen snel naar mijn hutje toegerend waar ik ben gaan slapen.
De volgende ochtend (vandaag dus) heb ik heerlijk ontbeten, nog steeds geen clue wat ik at, en daarna heb ik iedereen gedag gezegd waarna ik de bus naar Tena heb gepakt. Hier zit ik nu dus nog 2 uur te wachten op de bus die mij naar Riobamba zal gaan brengen. Vanaf daar zal ik waarschijnlijk over een paar dagen wel weer het volgende verhaal schrijven.

Leuk dat je nog meeleest!

Vamos a la playa

Zo!
Na al die dagen wordt het toch maar weer eens tijd voor een nieuwe weblog dacht ik zo.
Het laatste verhaal eindigde op de tragische vrijdag nadat Joas zijn mobiel was gestolen. Om dit maar een beetje te compenseren zijn we de dagen erna maar erg veel uit gegaan en hebben we veel gefeest met David en wat andere backpackers. Qua activiteiten hadden we niet veel gedaan, wel zijn we nog een paar keer naar de baden geweest.
Zo rond dinsdag had ik wel weer zin om wat te gaan doen. David vroeg ons of we mee wilden gaan om een stuk te gaan fietsen richting Puyo, wat ook wel de 'Rue des Cascades' heet omdat er een stuk of 7 watervallen langs deze route - die voornamlijk bergafwaarts is - zijn. Joas had hier niet zo'n behoeft aan maar ik had er wel zin in.
En zo liep ik de volgende ochtend met David en nog 4 andere backpackers die het zelfde plan hadden richting de mountainbike-verhuur. Na wat geklooi konden we eindelijk op weg. Dit hield in dat we met zijn 6-en lekker naar beneden scheurden tussen het toch wel redelijk angstaanjagende Ecuadoriaanse verkeer. Na enkele malen gestopt te hebben kwamen we na een half uurtje bij onze eerste waterval waarvan ik de naam even kwijt ben.

Voor 1 dollar werden we allemaal in een wiebelende gondel naar beneden getakeld. Hier mochten we dan nog eens 50 cent betalen om over de brug te gaan naar de andere kant van de vallei waar de watervallen waren. Redelijke flesserij, maar het was het wel waard; 2 watervallen van zo'n 30 meter hoog. David riep gelijk dat we allemaal ons shirt uit moesten trekken en dan zo dicht mogelijk bij de waterval moesten gaan staan. Zo gezegd zo gedaan, en het was ook wel een erg verfrissende douche toen we allemaal zo'n 6 meter van de bulderende watervallen af stonden.

Hierna vervolgden we onze fietstocht weer.
Na een kilometertje of wat kwamen we bij de eerste tunnel. Gelukkig heeft de Ecuadoriaanse regering met het oog op de veiligheid van haar toeristen brede paden aangelegd die langs de tunnels heenlopen. (De tunnels waren niet heel gevaarlijk, maar ze waren smal en slecht verlicht) Laat het helaas wel zo zijn dat er de dag ervoor een rotspartij naar beneden was gevallen die ons pad engiszins blokkeerde. We hadden echter geen zin om weer het pad terug omhoog te fietsen en de tunnel te nemen dus besloten we maar om een ketting te vormen en zo de fietsen over de rotspartij te tillen.
Dit ging zo vloeiend dat ik het na zo'n 4 fietsen wel welletjes vond en maar besloot om per ongeluk een fiets te laten vallen. Deze viel gelukkig niet de volle 40 meter de afgrond in maar bleef na een paar meter al stil liggen.

Na de fiets met man en macht weer opgetakeld te hebben fietsden we vrolijk verder.
Net toen we langs de laatste tunnel waren gefietst zagen we een erg groot bord met watervallen erop, kat in het bakkie dachten we, maar toen we om ons heen kijken zagen we nergens ook maar iets wat op een waterval leek. Terwijl wij onze fietsen neerzette vroeg een van de backpackers aan een jongetje: 'de donde cascades?'. 'Here!' riep het jongetje terwijl hij lachend een bospaadje inrende. Hebben we zo'n 10 minuten achter die verveldende koter aangelopen die telkens voor ons uit wegrende, ons dan weer op stond te wachten en dan weer lachend wegrende. Hierna kwamen we gewoon weer op dezelfde weg uit waar we al vandaan kwamen.
Mopperend en klagend over het vertrouwen van locale jongetjes liepen we weer terug richting onze fietsen. Totdat er ineens 2 Amerikanen uit Texas uit de bosjes kwamen zetten. 'Howdie, you boys looking for the falls?'. Ze woonden nu al een paar jaar hier in Ecuador en waren net een paar vage vruchten aan het plukken in het regenwoud. We besloten op hun advies in te gaan en een andere weg richting de watervallen te nemen.

Ons besluit om deze Henk en Ingrid te vertrouwen bleek helaas al weer misplaatst..
Na zo'n half uur naar boven te hebben gezwoegd liepen we ineens dwars door een of ander heuveldorpje. Allemaal vreemd uitziende oude mensen, tientallen geiten, kippen en honden die overal maar een beetje aggresief doorheen banjerde, en als klap op de vuurpijl waren er ook nog is geen watervallen te bekennen.

Dus wij weer naar beneden huppelen waar we onze fietsten pakten en maar weer verder fietsden voor de verandering.
Na een kwartier zagen we eindelijk een reusachtig bord: 'El Diablo, entrance 100m'. Eindelijk, dat was de waterval waar we op zaten te wachten. Dus wij stallen onze stalen paarden en lopen de heuvel af naar beneden, naar de waterval. Hier bleek dat je 1 dollar 50 moest betalen om de waterval ook daadwerkelijk te mogen zien, maar aangezien we net een half uur naar beneden hadden gelopen hadden we geen zin om terug naar boven te gaan dus paktten we allemaal onze portemonee.

De waterval was het gelukkig wel waard. We konden - jippiejee - ook door een tunneltje door de bergwand lopen die maar 1 meter hoog was. Dat was even ploeteren maar uiteindelijk kom je dan wel achter de waterval uit. Het is ook erg vet om te zien hoe tientallen liters water nèt voor je langs razen.
Na weer eens natgeregend te zijn door de waterval hadden we er wel weer genoeg van en liepen we weer terug naar boven. Eenmaal boven konden we een lift terug krijgen richting Baños.

In Baños aangekomen gingen David en ik nog even ontspannen in de thermale baden waar we een aardige man uit Chili leerde kennen. David, Joas en Ik zijn diezelfde avond

De volgende dag gingen we raften, dit keer ging Joas ook mee. We moesten wel vroeg uit ons bed (9 uur) maar dat was niet zo'n probleem. Na een uurtje rijden kwamen we aan bij de rivier. Hier deden we wat oefeningen op het droge en hierna stapten David, Joas, en Ik in de boot. Onze gids was behoorlijk enthousiast en in principe riep hij elke keer 'Forward!' waarna wij met z'n 3en maar zo hard mogelijk peddelden.
Dit ging redelijk goed en de gids probeerde ons ook telkens over steeds grotere rotsen en sterkere stromingen te sturen, volgens mij met de intentie om een van ons uit zijn bootje te werpen.
Dit is gelukkig/helaas niet gebeurd en na een klein uurtje bereikten we onze eindbestemming waarna we weer terug naar Baños hebben gereden.

Na iedereen gedag te hebben gezegd vertrokken we zaterdag naar Riobamba. Toen we in de bus stapten wilde de busconducteur per sé dat we onze tassen boven ons legden in plaats van op de schoot. We vonden dat raar maar we besloten er maar gewoon goed op te letten.
Om een vervelend verhaal kort te maken: Net voordat de bus stopte ontdekte Joas dat zijn tas weg was. Hierin zaten helaas onder andere zijn paspoort en het bewijs van aangifte van zijn mobiel. We hebben de dagen hierna in Riobamba veel gekeken, geregeld en nagedacht over 'Hoe nu verder?' en het komt er op neer dat Joas binnenkort een Laissez-passez paspoort op kan halen bij het Nederlands consulaat in Quito. Hij gaat ook - mede omdat hij met een LP paspoort alleen een directe vlucht naar Nederland kan maken - iets eerder naar huis dan gepland.

Om het plaats van delict, Riobamba maar te verlaten zijn we afgelopen vrijdag richting Montañita vertrokken. Hier wilde Joas ook nog erg graag heen en ik had er ook wel zin in. Na een lange reis zijn we in deze kustplaats aangekomen. We hebben al wat mensen leren kennen en het is hier erg gezellig: 33 graden overdag, 'savond zo'n 26 graden, er zijn erg veel barretjes en clubs, feestjes op het strand, een straat vol met cocktail-standjes en nog meer feestigheid.

We zijn nu dan ook van plan om hier even te blijven ontspannen/feesten totdat Joas bericht krijgt van het consulaat. Hierna waarschijnlijk ons volgende verhaal.

Leuk dat je meeleest!

Brug, bus, Tena, bus, mobiel gejat, rum

Zo, en dan nu weer een nieuw avontuur van Dikkie Dik!

Afgelopen zondag was niet zomaar de eerste de beste dag in Baños. Diether is namelijk met zijn gehele lichaam van een brug gesprongen. Hangend aan een touw uiteraard, want vanaf 30m hoogte op een aantal rotsen springen is niet de meest gezondheidsbevorderlijke actie.
Uiteraard offerde ik mezelf maar op om foto's te maken van het geheel, iemand zal het toch moeten doen! Zonder geintjes, ik had er op dat moment niet zo'n zin in om ook van de brug te springen, maar de kans is zeer aanwezig dat ik het alsnog ga doen! (Ja pap en mam, maak je geen zorgen, als dat touw Diether houdt, houdt 'ie mij ook!).

Joana, een zwitserse dame, hadden wij een paar dagen eerder ontmoet in het hotel.
Ook zij is van de brug gesprongen, en zij is de reden dat wij niet maandag maar dinsdag naar Tena zijn gereisd. Zondagavond hebben Joana, Diether en ik namelijk tot na 3-en 's nachts op het dakterras zitten ouwehoeren, waardoor we ons toen al ernstig zorgen maakten over onze energieke gesteldheid van de volgende dag. Uiteindelijk besloten we daarom de maandag nog in Baños te blijven en dinsdag naar Tena af te reizen.

Zo gezegd, zo gedaan.
Tijdens de reis naar Tena viel het ons op hoe snel de natuur in Ecuador veranderen kan per kilometer. We vertrokken vanuit een soort Zuid-Franse omgeving in Baños, wat geleidelijk veranderde in een tropische, jungle-achtige omgeving.
Halverwege de tocht reden we op een slingerende weg met aan weerskanten glooiende weilanden, grazende koeien, hier en daar losse stukje jungle en stukken die nog het meest aan afrika doen denken. Dan doel ik op die typische Lion-King omgeving met dat hoge gras en die typische bomen. In de verte waren dan nog wat serieuzere heuvels te zien die volledig volgegroeid waren met jungle.

Na een rit van zo'n 3,5 uur kwamen we aan in Tena. Onze eerste indruk is nooit weggegaan, en dat was niet bijzonder positief.
Tena is, als je er in het zuiden binnenkomt, een stad met weinig groen. Iets wat je gezien de ligging nabij de jungle niet zou verwachten. Het stuk van de stad rondom de Rio is wat groener en mooier, en gelukkig zat daar ons hotel. Ons hotel keek namelijk uit over een parkje lang de Rio en ook de rivier was in zijn volle glorie te aanschouwen vanaf het balkon. Op zich best aardig dus. De kamer was echter te vergelijken met een gevangeniscel die in jaren '70 stijl wat was opgekalefatert. Er hing een ventilator die ongeveer constant aan stond. Wat een drukkende hitte!
De eerste avond vond Diether het om 9 uur welletjes en deed het licht uit. Ik was nog verre van moe. Na een aantal uur rondzwerven rond het hotel ben ik toch maar gaan liggen. Ik sliep om half 1. Na een zweterige nacht in Tena (kom maar op met alle geintjes, Diether en ik sliepen in aparte bedden...) zijn we de volgende ochtend met een kano naar de overkant van de Rio gebracht, daar was een eiland met een dierentuin erop. Voor 2 dollar p.p. was het zeker een bezoek waard! We hebben Tapirs gezien, een Anaconda, een Kaaiman, een Boa, een aantal schildpadden etc. etc. Ook al zaten ze in kooien, het was best een leuke ervaring met al die jungle eromheen.

De volgende dag (donderdag) zouden we Tena verlaten en gaan kijken in Misihualli, een dorpje wat verder de jungle in. Toen we in Tena bij de bushalte aankwamen was er echter geen bus naar het plaatsje te vinden, en besloten we (op enigszins aandringen van mijn kant, sorry Diether) toch maar gelijk terug te gaan naar Baños.
Het eerste half uur van de busrit hebben we staand door moeten brengen tussen allemaal zwetende Ecuadorianen in. Uiteindelijk konden we twee stoelen bemachtigen en dacht ik dat we het ergste hadden gehad. Maar niet dus...
Aangekomen in Baños stapten we uit de bus. Ik voel instinctief in mijn rechter broekzak.... mobiel weg! Ik snel de bijna doorreizende bus ingesprongen en naar mijn zitplaats gerend. Niks. Ook de jongens naast ons wisten van niks, hoewel ik vrees dat de mobiel uit de broekzak is gegleden en bij het uitstappen snel van mijn stoel is gegrist. Het heeft me een flink aantal uur gekost om van mijn behoorlijk verpeste humeur op te knappen. Hierbij heeft een drankspel gisteravond bijzonder goed geholpen. Gisteravond hebben we namelijk met David, een Australiër die we al kenden van onze eerste week Baños, een drankspelletje gedaan met rum en cola.
Dit was bijzonder hilarisch, en werd gevolgd door een leuke avond stappen in Baños.

Vanochtend was het in tegenstelling tot gisteren meer mijn lichaam die er geen zin in had dan dat ik er psychisch (zoals gistermiddag) geen zin in had. Om toch iets constructiefs te doen heb ik met de reisverzekering gebeld die mij gelukkig konden vertellen dat de gestolen mobiel wordt gedekt. Scheelt me toch weer bijna 400 piek! Vandaag doen we het waarschijnlijk rustig aan, maar wie weet spring ik morgen wel van een brug af om te vieren dat alles toch weer een beetje goedkomt!

Waarschijnlijk tot over een weekje ongeveer, en iedereen natuurlijk naar de finale van the Voice Kids kijken volgende week vrijdag! Wij proberen mee te kijken via een livestream hier in Baños!

Gegroet! Joas en Diether.

Salsa, Stoom, en Jungle.

Zo! Er zijn al weer een paar dagen voorbij sinds on laatste verhaal. Deze dagen waren aanvankelijk bedoeld als onze 'relax'-dagen maar we zijn eigenlijk vanzelf in allerlei activiteiten gerold. Wat volgt is een lekker lang overzicht hiervan :)

Het begon allemaal op donderdagavond. We waren voor de verandering maar eens de kroeg in gedoken waar normaal gewoon normale rock e.d. gedraaid word.
Toen we echter 2 budweiser en 1 potje poolen verder waren hoorden we ineens keihard 'kom van dat dak af' voorbij komen. Ik ging vrijwel gelijk naar de barman/dj toe om te vertellen dat dit 'musica from la hollanda' is. Dit wist hij niet maar hij vond het wel grappig. Ik probeerde hem uit te leggen wat de tekst betekende, maar ik had na 2 woorden al door dat hij er niks van snapte. HIj moest overigens wel hard lachen toen ik enthousiast naar het dak wees en 'Get off the roof, get off the roof, I won't warn you again!' schreeuwde..
Maar goed toen zijn we in gebroken engels en spaans aan de praat geraakt en op een gegeven moment vroeg hij 'you have musica? Ipod?'.

Dit was voor mij teken genoeg om snel naar het hotel te rennen en mijn ipod te halen. Eenmaal teruggekomen deden we de ipod in de muziekinstallatie en zaten Joas en ik zo'n 2.5 uur aan de bar bij de muziek Baños wat cultuur bij te brengen. We vonden het erg tof om te zien hoe een steeds drukker worden de kroeg af en toe helemaal los ging op onze muziek. Mensen die vanachter in de kroeg ineens mee beginnen te zingen terwijl je een nieuw liedje aanzet stimuleerde wel redelijk om het volgende liedje op te zoeken en klaar te zetten en zo vloog de tijd dan ook voorbij.

Na zo'n 2 uur kwamen er 3 Ecuadoriaanse vrouwen naast ons zitten. Ze leken allemaal even oud, maar zoals we later hoorde waren er twee 19 jaar oud en die waren samen met hun tante van 41 die er hooguit 3 jaar ouder uit zag. Maar Joas en ik hadden al eerder geconcludeerd dat de leeftijd bij latina's redelijk lastig in te schatten.
We schonken eerst nog niet zo veel aandacht aan ze omdat we nog helemaal in de dj-vibe zaten en natuurlijk ook omdat het internationale vrouwendag was (hoezee!).

Een half uurtje later was het wel weer genoeg en ging Roberto, de barman weer wat spaanse rock spelen. Iets later zaten Joas en ik net te bespreken of we nog even een paar andere barretjes zouden gaan verkennen toen een van de dames mij aansprak. 'De donde eres?', wat 'waar kom je vandaan' betekend opende een erg gezellig gesprek met hun en zo waren we weer een half uurtje verder. Op een gegeven moment boden ze ons zelfs drankjes aan, iets wat mij eigenlijk vrijwel nooit gebeurd (tip!).
Hierna vroeg een van die dames 'You like dance?'. Aangezien Ozzy Osbourne net door de speakers aan het schreeuwen was vroeg ik voorzichtig 'Ye, of course, but here?'.
Neeee, ze legde toen lachend uit dat zij en haar vriendin - gelukkig niet die tante, die overigens toch al een Italiaanse man had - wel met ons naar een barretje wildden om te dansen.
Ik legde dit aangename plan voor aan Joas die met een erg gelukkig gezicht 'Doen!' riep. En zo vertrok ons viertal over de straten van Baños.

We kwamen al snel bij de 'Leprechaun bar', wiens naam me nog steeds verbaast want er is niets Iers aan die hele bar nie. Er word namelijk keihard salsa gedraaid. Ik heb zojuist uit goede bron gehoord dat salsa een vijfkwartsmaat heeft, en dat in combinatie met het feit dat er in een salsaliedje wel 24 verschillende drummers door elkaar lijken te spelen maakt het ritme van salsa redelijk moeilijk op te pakken. Maar goed Joas en ik hadden ondertussen genoeg 'Dutch courage' verzameld en dus stapten we maar de dansvloer op.
De dames hadden al snel door dat we er helemaal niks van konden maar dit leken ze alleen maar grappig te vinden. Na wat gestuntel zei mijn danspartner 'Siegresa mi!', wat 'kijk naar mij' betekent, iets wat ik overigens no problemo vond. Joas was ondertussen hetzelfde aan het doen en langzaam maar zeker konden we aardig meekomen met de vage pasjes, die overigens wel erg leuk zijn om te doen. Het feit dat we door de lokale mensen aan die aan de bar zaten redelijk werden uitgelachen maakte het eigenlijk alleen maar grappiger.
Na een uurtje zei een van de dames dat ze 'dit liedje niet zo leuk vond' dit verbaasde mij want ik had het gevoel dat hetzelfde liedje al een uur lang aan het draaien was. Maar goed wij dus naar buiten, achter de bar waar een behoorlijk grote vuurkorf staat om even te relaxen.
Hier hebben we foto's en facebook uitgewisseld en hierna vonden wij het wel weer laat genoeg om terug te gaan naar het hotel.

De volgende ochtend ging de wekker al weer om kwart over 8 omdat we om half 9 een afspraak hadden gemaakt voor het stoombad.
Dit is een van de mogelijkheden van ons hotel en het a4tje aan de deur van het bad zag er ook veelbelovend uit. Het bleek echter niets meer dan een martelwerktuig te zijn..
De 'stoombad-sessie' bestaat uit een serie van stappen die ondernomen moeten worden, stuk voor stuk op het oog ontspannende activiteiten maar niets is minder waar.

Allereerst ga je in een soort van houten box zitten. Deze kooi des hitte word rondom je nek volledig afgesloten zodat alleen je hoofd er nog boven uit komt. Hierna gaat de kraan open en komt er allemaal stoom in die box. Hier blijf je dan eerst zo´n 5 minuten inzitten. Dit is dan aanvankelijk nog wel lekker en warm. Hierna ga je eruit om je bloedcirculatie op gang te brengen. Dit doe je simpelweg door een handoek, die doorweekt is met ijskoud water, in een bepaalde volgorde een aantal keer over je lichaam te wrijven in de volgorden van je bloedstroom.
Dit is redelijk koud dus daarna ben je blij om weer lekker de knusse box in te mogen stappen.

Dit is een val.

De stoomkraan is tijdens je handdoekbehandeling namelijk vrolijk door gegaanen na zo'n 2 minuten krijg je al het gevoel om levend te verbranden. Dit gevoel mag je dan nog een paar minuten vast houden waarna je de box weer uit mag om je bloed weer een handje te helpen. Dit keer smijt je die ijskoude handoek overigens wel met alle macht tegen je lichaam aan om maar enigzins verkoeling te krijgen.
En dan maar weer terug in de houten box die nu nog heter was geworden. Ik begon me dan ook serieus af te vragen of dat ding niet per ongeluk van binnen in de fik was gevlogen. Toen ik er een paar minuten later uit mocht bleek dit niet zo te zijn. Goed van de box, minder leuk voor mij.

Hierna kwam dan het door het a4tje beschreven 'lounge-bath'. Dit blijkt gewoon een soort van bolvormige waskuip te zijn, ook gevuld met achterlijk koud water, maar dat is na die 3e stoomsessie wel even een verademing. Hierin mag je dan je eigen maag gaan masseren, goed voor de spijsverting. Dit snapte ik niet helemaal want er werdt ons verteld niks te eten voor het stoombad. Maar goed, we gaan vrolijk verder.
Ik zat op dit moment in een apart kamertje in mijn badje en toen kwam de spaanse badmeneer ineens binnenrennen. Hij schreeuwde iets in het spaans en begon toen met zijn handen allemaal water over me heen te scheppen, dat is dan ineens wel weer koud..
Maar het kon eigenlijk niet koud genoeg zijn want hierna mochten we weer voor onze laatste sessie in de houten kooi.
Hier was inmiddels zo veel stoom in gekomen dat ik Joas, die vlak naast me zat, niet eens meer kon zien. Maar goed, na 5 geweldige minuten mochten we er dan eindelijk uit voor onze laatste stap.
De 'jet stream massage', dat klinkt lekker maar is niets minder dan de spaanse badmeneer die met een soort van kruising tussen een tuinslang en een brandspuit je rug staat te bekogelen. Waarna hij je voordoet om om te draaien zodat je maag ook even kan (spijsvertering). Neem maar even een van die eerste scènes uit de shawshank redemption in je hoofd, dat die gevangenen ook onder de douche moeten, en dan zit je redelijk dicht bij onze situatie.

Hierna was het dan wel afgelopen, en ik moet zeggen dat ik me een half uurtje later wel erg fris enzo voelde. Van mijn spijsvertering heb ik niks gemerkt.

Goed, na een dagje uitpuffen van onze ochtendmarteling gingen we in de avond maar weer naar de kroeg, hier ging alles weer als vanouds, Joas en ik zaten maar weer gezellig aan de bar muziek te draaien en met Roberto te praten. Hij bood ons op een gegeven moment aan om mee te gaan naar zijn huisje in de jungle voor een wandeling..


En zodoende stonden we de volgende ochtend om 11 uur te wachten voor de kroeg. We wisten dat Ecuadorianen alles redelijk rustig aan doen, maar na 20 minuten besloot ik hem toch maar te bellen. 'Ye, I come in 5 minutes ok?'. 10 minuten later deed hij de deur van de kroeg open en konden we naar binnen. Hij ging vervolgens nog even een paar dingetjes regelen terwijl wij een uurtje met zijn vader en moeder Ecuadoriaans voetbal zaten te kijken.

Hierna konden we dan echt gaan en we stapten in de pickup die ons naar zijn huisje in de jungle bracht. De chauffeur, een vriend van Roberto, reed redelijk hard over de grote weg. Op een gegeven moment maakten we een scherpe bocht naar links en doken we een steil, hobbelig zandweggetje de jungle in. Hier scheen hij overigens niet echt vaart te minderen in vergelijking met de geasfalteerde weg maar we kwamen veilig bij het huisje van Roberto aan.
Dit leek er van binnen en van buiten uit te zien alsof het nog vollop in aanbouw was maar dit bleek toch niet zo te zijn. Hij woont namelijk gewoon boven de kroeg en hij komt hier alleen om te ontspannen e.d. Verlichting heeft hij niet, 'candles are fine' en tussen zijn was, die in de woonkamer hangt heeft hij stukken vlees hangen. Toen hij deze vervolgens boven de open haard ging hangen om ze te roken durfden wij toch maar te vragen wat het was. Hij vertelde dat dat stukken koei, kip en varken waren die zijn vrienden voor hem hadden geslacht. Joas en ik hadden ineens iets minder vooruitzicht aan het eten wat we later zouden krijgen.

Iets later gingen we dan toch maar de paden op en de lanen in. Voor 100 meter dan, hierna sloeg hij al rechtsaf de jungle-berg op terwijl hij vrolijk met zijn machete voor ons liep. Het was een erg mooie tocht en tijdens de tussenstops vertelde hij ons een paar verhalen.
Hij heeft dit gebied, ter grootte van 300 hectare, namelijk jaren geleden van zijn ooms overgekocht en nu komt hij er voornamlijk in zijn eentje - of met vrienden van over de hele wereld - om te wandelen, relaxen en dieren te spotten. Hij bezet een helft van de berg een een stuk vallei. De toeristen komen allemaal alleen aan de andere kant van de berg en de inwoners van Baños kennen het gebied ook helemaal niet. Dit houdt dus in dat hij samen met zijn buurman en nu met ons 300 hectare ongerepte jungle heeft.
Dit bleek ook uit de paden die we namen, je kon zien dat hij er vaker liep maar de begroeing was zo dicht dat je niet echt kon zien waar je je voeten neerzetten. Dit resulteerde in het feit dat je erg vaak weggleed, maar dit in combinatie met alle cliché oerwoud geluiden die je altijd op tv hoort, de natuur om je heen, en alle verhalen van Roberto maakten het tot een redelijk avontuurlijke tocht.

Zo zijn we even van 1700 meter naar zo'n 2200 meter geklommen. Hier kwamen we aan bij zijn zelf gemaakte houten huisje. Hij had hier een behoorlijk groot tuintje, kompleet overdekt met prikkeldraad vanwege de grote vogels die hier leven en rustig een van zijn kippen van de grond kon plukken. Het huisje zelf is erg simpel - je kan immers zelf geen bakstenen naar boven slepen - maar hij had zijn best gedaan; er waren 2 slaapkamers, een soort van kookruimte en een redelijk groot balkonnetje/verranda. Hier hebben we dan ook een tijdje zitten rusten terwijl Roberto ons interessante dingen over de geografie en geschiedenis van Ecuador en Baños vertelde.
Hierna hebben we nog een tijdje stilgezeten op de verranda om uit te kijken over het ongelooflijke panorama wat hij tot zijn beschikking had. Veel dieren hebben we niet gezien, alleen een paar kollibrie's, papagaaien, en een belachelijk groot kakkerlakinsectding waarvan we ons afvroegen hoe die ongezien onder de tas van Roberto was gekropen.

Helaas konden we niet verder naar boven, zijn laatste huisje staat namelijk op zo'n 2800 meter maar de tocht daarheen zou te lang duren en ook te zwaar zijn. Vandaar dat we maar naar beneden begonnen te glibberen, het was namelijk begonnen met regenen.

We kwamen snel beneden en daar gingen we maar even voor de open haard relaxen. Hierna kregen we koffie, eigengemaakt brood en een of ander vaag maar superlekker gerecht van rijst, aardappel en ei.
Rond half 8 kwam de vriend van Roberto weer aanrijden, en zo raasden we in het donker weer vrolijk naar beneden over dat zandweggetje richting Baños.

Hier aangekomen gingen we even douchen en andere kleren aan trekken en een half uurtje later vertrokken we weer richting het Jack Rock Café. Dit heette overigens eerst 'Hard Rock Café Baños' maar Roberto had een hond, Jack, en nadat die was overleden heeft hij de naam veranderd.

Hier heb ik nog even de broodnodige muziek van mijn ipod op zijn computer gezet zodat hij onze muzieksmaak nog langer kon doorvoeren. We hebben nog even onze mailadressen achtergelaten en verder nog een gezellige avond gehad.

En toen was het al weer zondag en zit ik dit te typen. We gaan zo maar eens even kijken of we ergens een Cavia kunnen scoren, delicatesse van Ecuador. En vanavond gaan we uit eten in 'Che Roberto', jawel, hij heeft ook een restaurant.
Morgen pakken we de bus naar Puyo vanwaar we doorreizen naar de omgeving van Tena om echt de jungle in te gaan.

Vanaf daar zal waarschijnlijk ook ons volgende verhaal komen.

Leuk dat je meeleest!

Bergen op, bergen af, de plomp in!

ZO! Het is weer tijd voor een stukje reisblog!
De afgelopen dagen hebben we namelijk alweer zat meegemaakt om over naar huis te schrijven.

Elke ochtend begint zo rond half 9, we kunnen namelijk nog steeds niet uitslapen.
Dit heeft meerdere oorzaken, bij Diether ligt het voornamelijk aan het vroeg gaan slapen, bij mij (Joas) is het een combinatie van datzelfde en andere dingen.
Gisternacht namelijk, lag er een Spanjaard bij ons op de kamer die het nodig vond om te proberen in 1 nacht het volledige amazonewoud om te zagen. Ik heb werkelijk nog nooit iemand zo horen snurken. Dat in combinatie met een andere kerel die het nodig vond om rond 7 uur al zijn spullen in te pakken en tussendoor nog 25 keer de kamer moest verlaten, resulteerde erin dat ik heel vroeg wakker was. Vanochtend was het weer raak, weer een ander figuur had zijn wekker op 7 uur gezet en drukte deze telkens uit, tot half 9 vanochtend. Heel fijn.Maar goed, dat zijn de dingen waarmee we moeten leren leven, want verder is het hier nog steeds top!

Eergisteren zijn we naar het door de vulkaan verwarmde bad gegaan.
Het ziet eruit als een normaal openlucht zwembad, alleen het water is zo bruin als koffie met melk. 1 van de baden is warm, het andere bad is heet te noemen met een flinke 42 graden.
Wij stapten maar gewoon in 1 van die baden en kwamen tot onze conclusie dat het waarschijnlijk het hete bad betrof, alleen was het zeker geen 42 graden. Vervolgens zagen we iemand heel moeizaam het andere bad in stappen wat ons nogal nieuwsgierig maakte. Wij dat andere bad in, en ja, onze voeten smolten bijna weg onder onze benen! Wat een heerlijk heet bad was dat! Na 5 minuten hadden we het echter toch al wel gehad, en dus zijn we onder de douche gaan staan die direct zijn water van de waterval krijgt. Een temperatuurverschil van minstens 30 graden met het hete bad zorgde ervoor dat wij onze jongeheren wel eens in grotere staat hadden meegemaakt. Daarna nog even het hete bad in, toen zijn we weer naar het hotel gelopen in onze zwembroek.

Gisteren zijn we de berg achter ons hotel omhoog gelopen naar een 's avonds verlicht kruis wat bovenop staat. Het leek ons wel leuk om daarheen te wandelen. Zo gezegd, zo gedaan.
Wij dus die heuvel op sjokken met onze bergschoentjes aan. Onderweg lieten we een Amerikaanse vrouw met gids ver achter ons, waar we best een beetje trots op waren.
Na een kwart van de tocht kwamen we een lokale boer tegen die een aantal paarden vanuit een weiland op het pad naar beneden wilde sturen. Dit gebeurde recht voor onze neus. Diether stond een meter voor me, praktisch tegen de paarden aan. 'Niet achter die paarden blijven staan anders krijg je een trap!' En zo geschiedde bijna, Diether was enkele centimeters verwijderd van het verliezen van zijn vruchtbaarheid. Na deze spannende gebeurtenis vervolgden we onze route omhoog. Na een wandeling van slechts iets meer dan een half uur hadden we ons doel bereikt. Volledig bezweet stonden we daar bovenaan bij het kruis!
Het uitzicht was schitterend, we zijn dan ook zeker 5 minuten boven blijven staan.
Daarna zijn we, als het ware, naar beneden gerend. Filmmateriaal daarvan staat op onze facebookpagina´s!

Vandaag hebben we voor slechts $10 een buggy met 250cc motor gehuurd waarmee we een uur op pad konden. We zijn meteen Baños uit gereden en de grote weg op gegaan. Dit was nogal een ervaring op zich, de auto´s halen hier op de meest onlogische locaties en momenten in, maar we wisten ons aardig te redden. Op een gegeven moment waren we een zijweg ingeslagen die een flink stuk omhoog klom, iets wat de buggy niet scheen te waarderen. Na een zeer moeizame omkeer actie stonden we met de neus van de buggy de andere kant op, heuveltje af. Het was een soort zuid-frans bergweggetje, 1 baan per rijrichting, een aantal flink scherpe bochten en flink heuvelafwaarts. Alleen we zijn in Zuid-Amerika, dus we hebben ook nog eens te maken met Zuid-Amerikaans verkeer. Video ervan:http://vimeo.com/38113518 Desalnietemin ging het gas er flink op en stuurde ik de buggy rap weer richting de grote weg, waar diether het na een tijdje van mij overnam. Diether reed ook heel prima, het lag voornamelijk aan mijn zenuwen dat ik nogal wat commentaar op hem had onderweg. Het is namelijk vreselijk eng om op dat soort wegen niet zelf het stuur in handen te hebben en de in jouw ogen veilige beslissingen kunt maken.
Een spannend uur later kwamen we weer aan bij het hotel, blij dat we nog heel waren, maar vooral blij dat we de buggy-rit hadden gedaan!

Vanavond duiken we waarschijnlijk de lokale Jug weer in, waar we lekker kunnen poolen en voor $3 een fikse 0,6 Budweiser naar binnen kunnen werken!

Groetjes van ons!

Joas en Diether